< Vorige | Inhoud | Volgende >

8. LAATTIJDIGE OF NIET-BETALING

Ingeval van laattijdige of niet-betaling wordt de prijs van rechtswege en zonder ingebrekestelling verhoogd met een intrest van 12% per jaar vanaf de datum van facturatie, vermeerderd met een schadebeding van 15% van het onbetaalde bedrag, steeds met een minimum van 250 EUR. Eventuele andere openstaande facturen worden tevens onmiddellijk opeisbaar.

De Dienstverlener behoudt haar recht voor om haar werkelijk geleden schade aan te tonen en een volledige vergoeding daarvoor te vorderen. Ten laste van de Klant komen dan alle (buiten-)gerechtelijke kosten van welke aard ook, die de Dienstverlener als gevolg van de niet-nakoming van de betalingsverbintenis van de Klant heeft moeten maken.

Elke vertraging bij de betaling van de bedragen verschuldigd aan de Dienstverlener, geeft haar daarenboven het recht om, zonder nadere motivering, haar prestaties geheel of gedeeltelijk op te schorten tot aan ontvangst van de betaling of zelfs te beƫindigen. Dit alles gebeurt op basis van een eenvoudig schrijven aan de Klant, verzonden per gewone post of per e-mail. De Dienstverlener neemt in dat geval geen enkele aansprakelijkheid op voor een eventueel nadeel dat de Klant door de opschorting of de beƫindiging van prestaties zou komen te ondervinden en de Klant zal ter zake geen vordering hebben op de Dienstverlener.

Deze clausule heeft ten aanzien van consumenten wederkerige werking en is in zulk geval zowel van toepassing op de Dienstverlener als op de Klant. Deze clausule kan dus langs beide wegen van het contractuele spectrum worden aangewend en is daarmee in overeenstemming met de relevante wetgeving uit het Wetboek Economisch Recht. Onder consument wordt verstaan: iedere natuurlijke persoon die, uitsluitend voor niet-beroepsmatige doeleinde op de markt gebrachte producten verwerft of die gebruikt.