< Vorige | Inhoud | Volgende >

14. BEEINDIGING VAN DE OVEREENKOMST

Partijen kunnen de overeenkomst te allen tijde beëindigen in onderling overleg.

De Dienstverlener kan de overeenkomst eenzijdig beëindigen, en zonder een vergoeding verschuldigd te zijn, in geval:

a. van laattijdige of niet-betaling van het voorschot door de Klant.

b. van faillissement, kennelijk onvermogen of om het even welke wijziging aan de juridische of financiële toestand van de Klant.

c. de Klant in gebreke blijft een beding uit de overeenkomst of het Huishoudelijk reglement (dat integraal deel uitmaakt van de overeenkomst) te eerbiedigen of verbintenissen na te komen.

d. van elke willekeurige omstandigheid die de uitvoering van de verbintenissen zodanig zou verzwaren dat er onverwacht onevenwicht zou ontstaan tussen de wederzijdse prestaties.

De Dienstverlener stuurt in deze gevallen een aangetekende brief, waarin hij de overeenkomst definitief beëindigt. De postdatum van deze brief geldt dan als datum van beëindiging.

Deze clausule heeft ten aanzien van consumenten wederkerige werking en is in zulk geval zowel van toepassing op de Dienstverlener als op de Klant. Deze clausule kan dus langs beide wegen van het contractuele spectrum worden aangewend en is daarmee in overeenstemming met de relevante wetgeving uit het Wetboek Economisch Recht. Onder consument wordt verstaan: iedere natuurlijke persoon die, uitsluitend voor niet-beroepsmatige doeleinde op de markt gebrachte producten verwerft of die gebruikt.